Reflectie

Om als student doelgericht te kunnen studeren, is het belangrijk om te weten welke sterke en zwakke punten je hebt, wat je doelen zijn en hoe je die denkt te verwezenlijken. Hieronder een link naar de sterkte-zwakte-analyse, en het persoonlijk ontwikkel- en actieplan

Sterkte-zwakte-analyse (swot)

De samenvatting van mijn swot luidt als volgt:

Sterke punten:

-Opdrachten/kennis theorievakken

Lessenserie goed, theorie textiel zeer gedegen onderzoek, linken in kunstgeschiedenis en hedendaagse kunstenaars, wat zeer bruikbaar is bij het lesgeven, zowel om leerlingen inspiratiebronnen aan te wijzen bij hun beeldend werk, als het overbrengen van kunsttheorie.

-3D werk

Textiel, beeldstudie/beeldproject gaat goed, werken met materiaal vind ik fijn, wat ik graag toe wil passen in het werkveld bij handvaardigheid/kunst beeldend.

-Ervaring met leidinggeven aan kinderen/jongeren

Werk op school in Tadzjikistan, kinderclubs en –kampen leiden, werken met allochtonen en asielzoekers. 

 -Presenteren/discussiëren

Verbaal goed, helder mijn punt maken, bruikbaar bij het sturen van groepsdiscussies in de klas.

 -Interessanter en efficiënter museabezoek ontwikkeld

Regelmatig musea bezoeken, en kwaliteit van bezoeken verhoogd door gerichter kijken, meer interesse, meer documentatie.

 Zwakke punten:

-Approval addiction

Ik vind het erg belangrijk wat anderen over mijn werk zeggen, en als het niet positief is, vind ik het moeilijk om niet ontmoedigd te raken als ik wel heel veel tijd in een opdracht heb gestopt. Dit kan ook belemmerend werken in het onderwijs. 

 -Motivatie theorieopdrachten

Ik ben tamelijk tegen het getheoretiseer in het onderwijs, dus het perfect formuleren van leerdoelen, het invullen van swots en poppen en pappen vind ik niet zo nuttig, dus moet ik me toe zetten om het wel te doen. In de praktijk tijdens de stages wil ik leren welke vormen van schriftelijke voorbereiding bruikbaar zijn en welke niet. Verder werk ik gewoon liever beeldend dan schriftelijk.

-Aangeven van grenzen

 Ik vind het moeilijk om duidelijk te zijn naar mijn docenten over wat ik wel en niet aankan, want ik wil graag alles af hebben en goed doen. Waarschijnlijk zal ik deze houding ook tegenover collega’s in het onderwijs hebben, dus ik moet beter mijn grenzen aangeven en accepteren dat niet alles altijd kan.

-Gezondheid

 In verband met aanhoudende vermoeidheid ben ik niet in staat alles goed en op tijd af te hebben, wat ik heel demotiverend vind werken. Lesgeven kost ook veel energie, dus ik moet zien te voorkomen dat ik uitgeput raak.

 -Langzaam werken

Theorieopdrachten maken duurt best lang, hier moet ik meer vaart in zien te krijgen, zodat ik ook lesvoorbereidingen en theorielessen sneller kan maken en niet te veel tijd kwijt ben met voorbereiden.

 

 

Persoonlijk Ontwikkel Plan en Persoonlijk Actie Plan (pop pap)

Samenvatting pop:

Samenvattend kan ik stellen dat ik dit jaar mijn creërend vermogen heb verdiept door veel naar kunst te kijken en het te bespreken, waardoor mijn artistieke visie ontwikkeld is. Voornamelijk bij de minor en beeld heb ik dit omgezet in beelden die uit deze visie voortkomen. Door bij kunsttheorie en vakdidactiek na te denken over de koppeling naar het onderwijs, heb ik geoefend met het in dienst stellen van dit creatieve proces aan het docentschap. Doordat ik geen stage heb gelopen dit jaar, ben ik niet zo in staat geweest mijn (kunst)pedagogische, didactische en vakinhoudelijke kennis en vaardigheden op een methodische wijze in te zetten bij educatieve activiteiten om het beeldend vermogen van de leerlingen te ontwikkelen. Toch hebben de lessen van onderwijskunde over motivatie en gedrag, de lesplannen van vakdidactiek en de toepassing van de kunsttheorie bijgedragen aan het ontwikkelen van deze competentie, al was het een beetje droogzwemmen. Door de oefeningen met het stellen van goede kijkvragen, het ontwikkelen van lesplannen, het geven van interactieve presentaties en besprekingen in klassenverband, heb ik mijn operationaliserend vermogen ontwikkeld, voorgaande zaken stimuleren namelijk het opzetten en in stand houden van een inspirerende en functionele onderwijssituatie. Ook het oefenen met didactische werkvormen en presentatievormen draagt bij aan de ontwikkeling van dit operationaliserend vermogen. Door dit alles heb ik ook mijn vermogen tot samenwerking uitgebreid, in verschillende groepsopdrachten ben ik in staat geweest een zelfstandige bijdrage te leveren aan gezamenlijke educatieve producten en processen. Bij presentaties, groepsdiscussies en onderlinge besprekingen met medestudenten laat ik zien dat ik effectief en efficiënt mijn artistieke, pedagogische en didactische visies kan hanteren, presenteren en toelichten. Het praten over beeldend werk, didactische en onderwijskundige theorie, kunsttheorie gaat me vrij gemakkelijk af. Ik merk dat ik door over deze zaken te praten, voor mezelf duidelijker heb wat mijn visie is en waar ik naar toe wil, maar ook ideeën krijg en geef met betrekking tot het docentschap. Dit laat een vermogen tot groei en vernieuwing zien, ik sta open voor nieuwe inzichten en vaardigheden, zoals visies in de kunsttheorie en de textiele vaardigheden die ik heb ontwikkeld, zonder daarbij met alle winden mee te waaien. Mijn reflectief vermogen is hierdoor ook uitgebreid, door kennis te nemen van allerlei dingen die in de kunstwereld gaande zijn (bij kunsttheorie, museumbezoek, beeldend onderzoek naar hedendaagse kunstenaars) en dit te koppelen aan ideeën voor het lesgeven. Door vaak contact te hebben met de middelbare scholier in zijn eigen leefomgeving en daarmee de sociaaleconomische en culturele achtergrond mee te beleven, laat ik mijn omgevingsgerichtheid zien.

Samenvatting pap:

Tijdens mijn stage wil ik graag leren op welke manier een schriftelijke voorbereiding op de les nuttig en efficiënt is. Ook wil ik aandacht besteden aan het ontwikkelen van lesplannen op langere termijn. Beeldend ben ik goed op weg, ik denk dat ik voldoende body heb om in het vierde jaar naar het eindexamen toe te werken, God willing. De opdracht van het laatste semester voor onderwijskunde moet ik nog doen, en de stage van het derde jaar met bijbehorende intervisie. Ik hoop dit in het vierde studiejaar af te ronden. Ook wil ik dit jaar een betere verhouding tussen werk en privé, eerder stoppen met werk, efficienter gebruik maken van de gegeven tijd, en de productieve uren maximaal benutten maar niet uitputten.

Advertenties

 
%d bloggers liken dit: