Minor

Derde jaar

Tijdens de minor textiel wordt je als student een jaar lang ‘ondergedompeld’ in textiel. Technische vaardigheden zoals vilten, zeefdrukken, haken, (hand)breien en weven zijn aan bod gekomen, met daarbij een duidelijke ontwerpende richting. Het was dus niet alleen de bedoeling de verschillende technieken onder de knie te krijgen, maar zeker ook om deze toe te kunnen passen in een beeldend proces.

Breien, vilten en haken naar aanleiding van het thema ‘Meisje’

 

Naaitechnieken

Plooien, rimpelen, smocken, snijden, plissé, toegepast in autonoom werk.

Productontwerpen

Voor Galerie  I N T E R M E Z Z O  in Dordrecht heb ik een demontabele, uitwasbare kindertent ontworpen.

Breien

Naar aanleiding van de kunstenaar Michael Raedecker heb ik verschillende proeven op de breimachine gemaakt, die geresulteerd hebben in een fotoshoot met een gebreid hemdmodel.

voor de uitgebreidere Powerpointpresentatie: pres sem 6 breien

Vrij project

Na de aftrap van textielkunstenaar Haadjar Fris ben ik aan de slag gegaan met fotomateriaal uit Maleisië en Venetië. Door middel van borduren, naaien en transfer heb ik de beelden bewerkt, waarna ik door ruimte en licht een gelaagd, poëtisch beeld heb gecreëerd.

 voor de uitgebreide Powerpointpresentatie: pres sem 6 vrij project

Textiel in het onderwijs

De uitbreiding van mijn kennis en vaardigheden van textiel hebben niet alleen als doel om mijn eigen artistieke ontwikkeling te stimuleren. De dingen die ik geleerd heb tijdens de minor, zijn zeker ook toepasbaar in het onderwijs. Natuurlijk zijn niet alle technieken op alle scholen mogelijk omdat de materialen daarvoor ontbreken, maar juist het onderzoeken van mogelijkheden die binnen het bereik liggen, het onderzoeken van textiele materialen en de autonome toepassing van textiel zijn zeer bruikbaar in het onderwijs. Nu ik zelf kan breien, haken, vilten, weven en zeefdrukken, zal ik deze technieken ook uit kunnen leggen aan leerlingen, ze kunnen stimuleren de mogelijkheden daarvan toe te passen en uit te breiden, en zo hun beeldende werk te verbeteren. Zoals gezegd zijn niet alle materialen aanwezig op middelbare scholen, maar tijdens de minor zijn we juist ook getraind om zelf wegen te vinden waarop beoogde resultaten toch behaald kunnen worden, de ‘fablab-toepassingen’ en ‘huis-thuis-en-keuken-methodes’ hebben we naast elkaar bestudeerd, en voor het onderwijs is de laatste categorie waarschijnlijk geschikter. Het lijkt me heel interessant om de textiele werkvormen veel meer terug te krijgen in het onderwijs, het stoffige imago er af te krijgen en lekker met de leerlingen in de textiel te duiken!

volume 2 020Tweede jaar

Over de keuze van een minor hoefde ik niet lang na te denken. Toen ik hoorde dat ‘textiles’ een van de keuzemogelijkheden is, was ik direct enthousiast. Om een beter beeld te krijgen van hoe de minor is, heb ik een keuzevak textiel gevolgd, waar ik erg van heb genoten.

Op mijn zevende verjaardag kreeg ik van mijn opa een ouderwetse handnaaimachine, en sindsdien heb ik allerlei dingen met textiel gedaan. Vooral het maken van kleding vond (en vind) ik leuk. Op de academie heb ik me meer verdiept in het toepassen van textiel in kunstwerken, wat een geheel nieuwe kijk op het materiaal geeft. Niet alleen de toepassing van textiel zelf, maar ook van textiele werkvormen in beeldend werk vind ik interessant. Zo heb ik bij beeld geborduurd, niet met DMC in kruissteekstof, maar met visdraad in een sheet. Ik hoop in de minor een heleboel boeiends over verschillende werkvormen en toepassingen te leren, zodat ik dit later aan mijn leerlingen kan overbrengen, en dit zelf kan gebruiken in mijn beeldende ontwikkeling.


 
%d bloggers liken dit: